Exterieur

MATERIALEN VAN HET EXTERIEUR

De rood/grijze baksteen, in het bestek “Vegtse grauwe moppen” genoemd, heeft het Vechtformaat en is met dunne lagen kalkhoudende cement gemetseld, enkele jaren geleden is alles gerestaureerd en daarbij is een z.g. geknipte voeg toegepast. Een aardig detail is, dat de stenen die voor de afgeronde hoeken zijn gebruikt, speciaal voor dit doel gebakken zijn. De buitenzijde van de steen heeft een zodanige radius dat de hoek van het gebouw fraai is afgerond.

Voor de zuilen vermeldt het bestek zogenaamde “Breemer” steen, de zuilen (kolommen) mochten uit niet meer dan 2 delen bestaan, waarbij vervaardiging uit één stuk de voorkeur genoot. Hiervoor zou een “douceur” (een beloning boven de normale vergoeding) groot Hfl. 200, – worden uitgekeerd. Wie goed kijkt, ziet dat vervaardiging uit één stuk niet gelukt is, de steenhouwer is dus, een voor die tijd enorme som geld, misgelopen (ter vergelijking; het jaarsalaris van een dominee was in die tijd Hfl. 300, -).

De bekleding van het onderste geveldeel bestaat uit donker grijze platen van een harde zandsteensoort, het kleurverschil is tijdens de restauratie ontstaan (verschil oude en nieuwe platen).
Voor de dakbedekking van de koepel en de daarop aangebrachte ornamenten werd hoofdzakelijk lood gebruikt, de laatste werden gegoten aan de hand van goedgekeurde modellen uit hout of geboetseerde potaarde. Voor het houtwerk werd voornamelijk grenen en eikenhout toegepast.

Het beeldhouwwerk in en aan het ’t Reght Huys is van Antonie Ziesenis en het stucwerk van J. B. Crivelli. Bron: Litt. rechthuis: G. Zeegers/ I. Visser: Kijk op stadhuizen. Amsterdam/ Brussel, 1981

VOORGEVEL

De voorgevel wordt gedomineerd door een z.g. middenrisaliet van vier, in Ionische stijl uitgevoerde zuilen, te herkennen aan de vorm van de krullen en de aanzetten van de voet.

Daarboven bevindt zich het fronton, met precies in het midden het wapen van de Banne Westzaan, dat wordt geflankeerd door een groot aantal symbolen van onder andere Handel, Scheepvaart, Wijsheid en Voorzichtigheid. Van links naar rechts.

* Drietand                   : Zeevaart
* Kruis                         : Christendom.
* Wereldbol                 : Handel, scheepvaart, vrijheid
* Kist met documenten: Beschrijvingen van inboedels (van bijvoorbeeld wezen.)
* Slang                        : Symbool van voorzichtigheid.
* Spiegel                      : Zelfkennis.
* Hoed                         : Waardigheid (of hoed van de vrijheid)
* Anker                        : Zekerheid, vastberadenheid

Vermeldenswaardig is hier, dat de beeldsnijder de plicht had, binnen zes weken na aanbesteding een houten model op kleinere schaal van het timpaan (vulling van het fronton) ter goedkeuring aan te bieden, pas daarna mocht tot de aanmaak van het te plaatsen snijwerk overgaan worden, het transport en het plaatsen was voor rekening van de aannemer.

Boven de hoofdingang met de forse eikenhouten deuren is een gebeitelde tekst in het Latijn aangebracht, die een duidelijke verwijzing naar de functie van het gebouw inhield:
“Hier streeft men er in zijn werk naar, ieder het zijne te geven”  De hoofdletters geven het jaar 1782 aan, dit is het jaar dat men hoopte klaar te zijn, het werd echter 1783!

KOEPELTOREN

De koepeltoren is in Lodewijk XVI stijl uitgevoerd en heeft uitzwenkende steunberen, waarop uit lood gegoten, hangende festoenen zijn aangebracht. De versieringen bovenop het bolvormige dak van de koepel bestaan uit festoenen en twee z.g. lictorenbundels die samen de stelen van twee scherprechtersbijlen vormen, daarboven een vergulde zon (“sol justitiae”, dat wil zeggen “zonne der gerechtigheid”) welke een verwijzing naar de Franse tijd is.  Het geraamte van de koepel is uit grenenhout opgetrokken en is afgesteund op de balklaag van de zoldervloer. De klok is een toevoeging van veel latere datum; het is een geschenk van de plaatselijke Nutsspaarbank (1901)

 

 

 

NOORDGEVEL

De indeling van de noordgevel is evenals die van de andere gevels origineel.
De toegepaste ramen zijn zonder uitzondering als schuifraam uitgevoerd.

 

 

 

 

WESTGEVEL

De westgevel heeft een indeling die met de andere gevels overeenkomt, de twee midden posities worden echter door verspringend metselwerk ingenomen, in het bovenste deel is een gedenksteen voor de eerste steenlegging aangebracht.(1781, door S. Sz. Jongewaard, ook nu nog een naam die veelvuldig in Westzaan voorkomt.)

 

 

 

 

 

OOSTGEVEL

In de oostgevel zijn toegangsdeuren tot de ijkkamer aangebracht. We moeten ons daarbij bedenken dat de indeling van straten en waterwegen anders was dan nu het geval is, langs de oostgevel liep een sloot. De bootjes voeren tot aan de deur van de ijkkamer om het handelswaar te laten wegen.
Een gravure uit 1794 van J. Bulthuis laat op deze plaats geen deur, maar een raam zien.
Een oude plattegrond van de eerste verdieping toont weer het uitspringende deel van een deurconstructie; Bulthuis heeft vermoedelijk een foutje bij het maken van de ets gemaakt.

Comments are closed.